Macrofotografie vraagt veel precisie … en is een kunst die iedereen onder de knie kan krijgen. Als je maar het juiste materiaal hebt en enkele tips over scherptediepte en stabiliteit in acht neemt.

 

Niet groter dan een postzegel

 

Als je erin slaagt om de allerkleinste dieren, planten en voorwerpen in beeld te brengen, word je meestal beloond met prachtige, verbluffende foto’s. Net of je een wereld betreedt die voor het blote oog verborgen blijft, met verrassende kleuren, texturen en reliëf. Een doodgewoon insect, de blik van een slang, pollen van de paardenbloem, een graankorrel of waterdruppel krijgen sterallures. Als je ze maar scherp, helder en contrastrijk in beeld brengt. En dus mag je niets aan het toeval overlaten.

 

Macro-objectieven

Alles begint met de keuze voor een objectief dat bedoeld of toch minstens geschikt is voor de wereld van het allerkleinste. Denk dan vooral aan standaardobjectieven met vaste brandpuntsafstand die ook ideaal zijn om tuinen, bloemen en portretten te vereeuwigen, dankzij hun vrij grote lensopening. Maar de grootste kwaliteit van een macro-objectief is een complete vergroting met x 1,0 op de minimale scherpstelafstand (men spreekt dan van een reproductiefactor 1/1). Met andere woorden: het objectief moet de sensor van je APS-C of hybride fototoestel volledig kunnen vullen met een onderwerp dat niet groter is dan een postzegel. Het effect is verbluffend. De merken geven hun objectieven die dit kunnen het label “macro” mee, behalve Nikon, dat liever over “micro” spreekt. Het is perfect mogelijk om met dit materiaal te werken zonder je te ruïneren. Je hebt al een macro-objectief voor zo’n 350 euro - Canon EF-S 35mm f/2.8 Macro IS STM; Sigma Macro 105mm f/2.8 EX DG OS HSM of Nikon AF-S DX 85mm f/3.5G VR Micro – maar de prijzen lopen op tot meer dan 1000 euro (Sony FE 90mm f/2.8 Macro G OSS).

 

 

Copyright Pascal Jadin

 

Scherptediepte

Voor een macro-opname stel je scherp op een minuscuul onderwerp of een heel klein deel ervan, dat soms moeilijk toegankelijk is. Je mag dieren niet doen opschrikken, terwijl planten soms bewegen op de wind. Dat vereist een goede materiaalbeheersing en nauwkeurige instellingen. Vooral de scherptediepte is heel kritisch. Bij een geslaagde macrofoto is je onderwerp zelf haarscherp, terwijl voor- en achtergrond wazig zijn. Hierdoor krijgt je foto meer reliëf. Dit is weliswaar ook belangrijk bij portretten (waar het op een paar meter aankomt) of landschappen (met een scherpe zone van enkele meters tot oneindig), terwijl je bij macrofotografie met millimeters werkt … Eén kleine trilling en je scherpstelzone verschuift, zodat je onderwerp onscherp is. De scherptediepte van je toestel regel je met de lensopening (de code f/ gevolgd door een waarde). Hoe kleiner dit diafragmagetal (dus hoe groter de lensopening), hoe kleiner het scherptedieptegebied. Werk in manuele stand en gebruik de scherpstelring voor meer kans op succes.

 

Copyright Pascal Jadin

 

Stabiliteit

Voor macro-opnamen is het essentieel om je toestel rotsvast neer te planten. Een minuscule trilling of verschuiving kan alles om zeep helpen. Gebruik dus altijd een statief voor maximale stabiliteit. Bovendien is een macro slider onmisbaar. Je bevestigt die op het balhoofd van je statief. Het is een soort scherpstelrail waarlangs je je toestel horizontaal en heel geleidelijk verplaatst met twee aparte instelwieltjes, één om je camera snel te verschuiven, het andere voor de fijnregeling. Op die manier hoef je het statief zelf niet meer te verplaatsen als dat stabiel staat (zie bijvoorbeeld https://www.fotonelissen.be/toebehoren/454-plateau-micromtrique).

Als een statief ter plaatse onmogelijk te gebruiken is (te oneffen terrein, opname heel dicht bij de grond), dan moet je zelf voor de stabiliteit van je toestel zorgen: hou het stevig vast met twee handen, zet je voeten uit elkaar, druk je ellebogen tegen je buik aan, buig lichtjes door je knieën en stop met ademen als je afdrukt. Mét of zonder statief: plaats je camera altijd op dezelfde hoogte als je onderwerp, dat geeft het beste effect.

 

Copyright Pascal Jadin

 

Dichtbij, maar ook niet té

Objectieven met een macro-icoontje maken een minimale scherpstelafstand mogelijk, om heel kort bij je onderwerp te komen. Maar let op voor twee nadelen: je toestel kan een schaduw werpen op je onderwerp en als je te dichtbij komt, zijn dat kikkertje of die mooie libel plots foetsie … (zelfs zonder flitslicht). Objectieven met een brandpuntsafstand van 90 tot 105 mm helpen je om je onderwerp ook dichterbij te halen zonder tot op 10 cm te moeten naderen. Lees hierover ook ons Witboek: https://www.fotonelissen.be/catalogsearch/result/?q=macro

 

 Copyright Pascal Jadin