High key, low key, … twee keerzijden van een delicate oefening. Deskundig over- of onderbelichte portretten laten reliëf en details subtiel het verschil maken, door de kracht van het licht. Dit zijn de principes.

 

De sleutel tot een apart portret

 

Beide technieken zijn elkaars spiegelbeeld en wijken bewust af van het doorsnee portret dat met standaardinstellingen wordt gemaakt. High key en low key mogen dan al diametraal tegenovergestelde resultaten opleveren, ze rekken allebei de lichtdosering op tot aan de uiterste technische limiet.

 

Beeld

Bij high key bevinden we ons in een wereld van lichte, bijna witte tinten tegen een heldere achtergrond, waarbij zorgvuldig bepaalde details en contouren in stand worden gehouden. Bij low key zijn het juist schaduwen en halfschaduwen die een donker en contrastrijk onderwerp omkaderen. Wie beide technieken goed in de vingers heeft, kan met nuances karaktervolle portretten in een fascinerende sfeer creëren, in het hele palet van zacht tot hard. De modellenkeuze is daarbij essentieel: eerder blond en met een lichte huid voor HK, terwijl LK juist om donker haar en een bruine huid vraagt. Ook de kleren moeten in dienst staan van het gewenste effect

 

Belichting

Beide technieken staan of vallen met de juiste lichtintensiteit en de nauwgezette dosering ervan. High key is het eenvoudigste te verwezenlijken in een studio, met een witte achtergrond en drie lichtbronnen. Eén lichtbron neemt het model in vizier, beide andere vlakken op de achtergrond elk spoor van een schaduw uit. Maar ook buiten zijn geslaagde high key-portretten van een bijna impressionistische zachtheid en lichtheid mogelijk, vooral op een bewolkte dag met mooi gefilterd licht. Zowel binnen als buiten is een reflectiescherm onmisbaar om elke parasietschaduw te verjagen. De bijna irreële helderheid van een high key-portret is ook te danken aan overbelichting, maar zonder lichte zones “uit te bijten” en zonder delicate variaties in tinten uit te gommen, want ze bevatten essentiële informatie voor je foto.

high-key-exemple

 

 

Bij low key daarentegen is één enkele, harde en contrastrijke lichtbron voldoende, die slechts bepaalde delen van het model belicht (één zijde van het gezicht, de blik, het reliëf van een schouder, een hand, een neus, een kledingdetail enz.). Je wil immers een clair-obscur effect bereiken en gezichtstrekken en texturen bijna expressionistisch benadrukken. De duisternis zal alleen een portret met al zijn oneffenheden scherp kunnen modelleren als de fotograaf zonder aarzelen voor onderbelichting durft te gaan, om donkere tinten te sublimeren, maar zonder de gevarendrempel te overschrijden. Wanneer essentiële delen van het beeld “dichtlopen” is hij te ver gegaan. Want dan verdrinken alle details in achteraf onherstelbaar zwart.

 

low-key-exemple

 

Instellingen

Om met high of low key succes te boeken is de correcte berekening van de toelaatbare drempels voor de ideale over- of onderbelichting een doorslaggevende fase. Op elk toestel kan je de belichting bijstellen op een schaal die gewoonlijk van -5 tot +5 loopt. Afhankelijk van het gewenste effect moet je zelf deze essentiële parameter leren beheersen. Kijk zeker ook altijd naar het histogram om de kwaliteit van je instellingen te controleren.

 

Nabewerking

Als de instellingen bij opname niet perfect waren, kan je gelukkig altijd terugvallen op het veiligheidsnet van de nabewerking en de “ontwikkeling” van je opnamen in een aangepast programma zoals Lightroom. Maar alleen op voorwaarde dat cruciale zones niet zijn “uitgebeten” of “dichtgelopen”. Het is in deze fase nog mogelijk om high key-portretten verder te verzachten of integendeel om bij je low key-creatie de densiteit en het reliëf te verhogen. Blijf er ook nu voor opletten om bij de belichtingscorrectie nooit zover te gaan dat je een mooi portret verknoeit door uitgebeten of dichtgelopen gebieden. Na al je inspanningen zou dat jammer zijn...